Nieuwe Eex-Verordening In Werking Getreden

Bressers Law Business

26/3/2015

Op 10 januari 2015 is de nieuwe EEX-verordening in werking getreden. De EEX-verordening is waarschijnlijk het belangrijkste IPR instrument voor juridische geschillen tussen de EU lidstaten nu het de bevoegde rechter aanwijst voor civiele geschillen en regels kent voor de tenuitvoerlegging van vonnissen in een andere lidstaat. De nieuwe verordening brengt veel wijzigingen, maar niet alle wijzigingen zijn van evenveel importantie en dat geldt zeker ook voor Spanje.

Zo is de gedachte van de nieuwe verordening dat voortaan geen ´exequatur´ procedure meer nodig is. De buitenlandse uitspraak wordt rechtstreeks en automatisch erkend en kan ten uitvoer worden gelegd in iedere lidstaat zonder dat daarvoor in die andere lidstaat enige procedure noodzakelijk is. Dit was al het geval voor onbetwiste vorderingen, op grond van verordening 805/2004, maar geldt dus voortaan ook voor zaken waarover tussen partijen inhoudelijk is geprocedeerd, met andere woorden na een procedure ´op tegenspraak´ in de lidstaat van herkomst.

Volgens de preambule is het doel van de nieuwe verordening het minder tijdrovend, efficiënter en goedkoper maken van de tenuitvoerlegging in andere lidstaten. Het is zeer de vraag of dit doel wordt bereikt in landen zoals Spanje waar geen deurwaarders bestaan. Aangezien in Spanje tenuitvoerleggingen te allen tijde door de rechtbank worden verzorgd, zal ook onder toepassing van de nieuwe verordening de rechter moeten worden ingeschakeld. Het land kent immers geen andere autoriteit op het gebied van civiele tenuitvoerleggingen. En dat betekent concreet dat in Spanje een advocaat en een procureur moeten worden ingeschakeld en dat een notariële volmacht aan de rechter moet worden getoond. Hinderlijke, kostbare en vertragende obstakels van Spaans procesrecht waar men in Brussel -vanzelfsprekend- geen oplossing voor heeft.

Ook wat betreft de mogelijkheden van verzet door de schuldenaar is de verwachting dat er in de praktijk weinig zal veranderen onder de nieuwe verordening. Dat geldt niet alleen voor Spanje maar voor alle lidstaten. De schuldenaar zal zich kunnen verzetten tegen de tenuitvoerlegging op grond van grotendeels dezelfde weigeringsgronden, te weten:
a) kennelijke strijdigheid met de openbare orde van de aangezochte lidstaat;
b) ontijdig of onzorgvuldig uitgebrachte inleidende dagvaarding, waardoor verweerder jegens wie verstek is verleend in zijn belangen is geschaad;
c) onverenigbaarheid met een tussen dezelfde partijen in de aangezochte lidstaat gegeven beslissing;
d) onverenigbaarheid met een tussen de tussen partijen gegeven beslissing in andere lidstaat of derde land, mits de eerdere beslissing voldoet aan de voorwaarden voor erkenning in de aangezochte lidstaat;
e) strijdigheid met bevoegdheidsregels als verzekeringnemer, consument of werknemer als verweerder is opgetreden; en
f) strijdigheid met exclusieve bevoegdheidsregels uit art. 24 van de verordening

Er wordt in commentaren bij de nieuwe verordening wel beweerd dat de discussie omtrent deze weigeringsgronden zich verplaatst naar de executiefase, maar onder de oude verordening vond die discussie in de praktijk ook al plaats in de executiefase. De schuldenaar heeft altijd het initiatief moeten nemen om de tenuitvoerlegging te stoppen of the doen schorsen aangezien hij voor de exequaturfase niet werd opgeroepen.

Verder wordt wel beweerd dat door een uitbreiding van de definitie van ´beslissing´ de Nederlandse kort-gedinguitspraken nu voor het eerst onder de verordening vallen terwijl dat voorheen niet het geval was. Ook dat is onjuist. Kort-gedinguitspraken konden ook met de oude verordening in de andere lidstaten ten uitvoer worden gelegd. Dat de nieuwe verordening nadrukkelijk ook van toepassing is verklaard op ´voorlopige en bezwarende maatregelen´  is echter wel interessant met het oog op het Nederlandse beslagverlof en de mogelijkheden dat buiten Nederland ten uitvoer te leggen. Dat beslagverlof wordt immers relatief gemakkelijk verkregen en bovendien zonder het vooraf horen van de debiteur. Een gang van zaken die bepaald afwijkt van de praktijk in de meeste andere lidstaten en ook zeker van de Spaanse rechtspraktijk waar dit alleen in theorie bestaat.

Toch zal ook de effectiviteit hiervan in de praktijk beperkt zijn omdat de nieuwe verordening voorschrijft dat het verlof eerst aan de debiteur betekend zal moeten worden en dat pas daarna beslag kan worden gelegd. Dat terwijl de kracht van het beslagverlof zonder het vooraf horen van de debiteur nu juist zit in het verrassingseffect.

Let wel: de nieuwe verordening (“Brussel Ibis”) zal alleen gelden voor rechtsvorderingen die zijn ingesteld, authentieke akten die zijn verleden of geregistreerd en gerechtelijke schikkingen die zijn goedgekeurd of getroffen op 10 januari 2015 of daarna. Voor documenten of handelingen vóór deze peildatum zal de oude verordening blijven gelden.

Native speakers

Native speakers

Cabinet international ayant plus de 10 ans d’expérience

Internationaal advocatenkantoor met meer dan 10 jaar ervaring

Structure solide et multidisciplinaire

Solide en multidisciplinaire organisatie

Plus de 300 clients internationaux chaque année

Meer dan 300 internationale cliënten per jaar