Rechtbank Barcelona Stelt Prejudiciële Vragen Aan Europese Rechter Over (Il)Legale Status Taxidienst Uber

Bressers Law Lawyer news

2/6/2015

Zijn de taxidiensten die Uber in Spanje aanbiedt illegaal? De rechtbank Barcelona is er nog niet uit. Zij heeft in een voorlopige uitspraak van 17 juni 2015 de hulp ingeroepen van het Hof van Justitie van de Europese Unie om richting te geven aan het geschil.

In oktober 2014 stapt een Barcelonese vereniging van taxichauffers naar de rechter om een verbod op Uber te eisen. Uber is in Spanje actief via de Spaanse vennootschap Uber Systems Spain S.L. De Asociación Profesional Élite de Taxi vindt dat de diensten van Uber illegaal zijn omdat zij worden verricht zonder vergunning. Dat geldt zowel voor Uber zelf als voor iedereen die voor Uber rijdt. Het aanbieden en verrichten van taxidiensten zonder vergunning, terwijl de Spaanse wet taxichauffeurs verplicht een kostbare vergunning te hebben, betekent oneerlijke concurrentie en is onrechtmatig tegenover de taxichauffeurs die wel keurig aan deze vergunningseis voldoen.

In haar verweer stelt Uber zich op het standpunt dat er geen vergunning nodig is voor haar diensten omdat het gaat om een vervoersdienst in de zin van de Europese Dienstenrichtlijn (2006/123/CE van 12 december 2006) – vervoersdiensten zijn immers van die richtlijn uitgesloten –  doch om een dienst die valt onder de Europese richtlijn 98/34/EG van 22 juni 1998 inzake een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften.

Diensten die onder richtlijn 98/34 vallen mogen niet afhankelijk worden gesteld van een vergunningsplicht, en bij diensten die onder de Dienstenrichtlijn vallen is dat slechts toegestaan wanneer aan een aantal voorwaarden is voldaan, te weten:

a) het vergunningstelsel heeft geen discriminerende werking jegens de betrokken dienstverrichter;

b) de behoefte aan een vergunningstelsel is gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang;

c) het nagestreefde doel kan niet door een minder beperkende maatregel worden bereikt, met name omdat een controle achteraf te laat zou komen om werkelijk doeltreffend te zijn.

De Dienstenrichtlijn heeft als doel een echte interne markt voor diensten tot stand te brengen en streeft er daarom naar de vrijheid van vestiging van dienstverrichters in andere lidstaten en het vrije verkeer van diensten tussen de lidstaten onderling te vergemakkelijken. Deze richtlijn heeft ook ten doel de keuzemogelijkheden voor de afnemers van diensten uit te breiden en ervoor te zorgen dat consumenten en ondernemingen die van diensten gebruik maken, diensten van betere kwaliteit aangeboden krijgen.

De rechtbank Barcelona is het dan ook met Uber eens dat het cruciaal is te weten of de diensten vallen onder de Dienstenrichtlijn. En dus om te weten of hier sprake is van een ´dienst op het gebied van vervoer´ zoals in die richtlijn gedefinieerd.

De rechtbank wil van de Europese rechter weten of de diensten van Uber hebben te gelden als ´diensten op het gebied van vervoer´ in de zin van de richtlijn en definieert de diensten van Uber daartoe als volgt:

“Activiteiten inzake bemiddeling, verricht met een winstoogmerk, tussen de eigenaar van een voertuig en een persoon die vervoer nodig heeft binnen een stad, waarbij de elektronische middelen worden verschaft – interface en software – die hen in staat stelt zich met elkaar in verbinding te stellen.”

En indien het hof zou menen dat hier geen sprake is van ´diensten op het gebied van vervoer´, en deze dus vallen onder de werking van de Dienstenrichtlijn, wil de rechtbank graag van het hof vernemen of de Spaanse Wet op de Oneerlijke Concurrentie wellicht in strijd is met de Dienstenrichtlijn. Concreet is de vraag of de Spaanse overheid voor de diensten van Uber een vergunning verplicht mag stellen, gelet op de voorwaarden die de dienstenrichtlijn daaraan stelt.

De zaak in Spanje ligt nu stil totdat het Europese Hof uitspraak heeft gedaan, hetgeen zeker een jaar of langer kan duren.

Het is overigens opmerkelijk dat in de Nederlandse Uber-zaak die op 8 december 2014 werd beslecht door de Voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven, geen beroep werd gedaan op de Dienstenrichtlijn. In die zaak werd door “UberPOP” een grote hoeveelheid verweren opgeworpen tegen de door de Minister aan UberPOP en haar chauffeurs opgelegde last onder dwangsom wegens overtreding van de Wet Personenvervoer 2000.

Wel is door Uber betoogd dat sprake is van strijd met het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Dit verweer is door het College verworpen met het argument dat een eventuele beperking op het vrije verkeer van diensten gerechtvaardigd is door de belangen die met het vergunningsvereiste worden nagestreefd. Impliciet lijkt de Nederlandse rechter hier al een antwoord te geven op de door de Spaanse rechter aan de Europese rechter voorgelegde vraag.

Te verwachten is dan ook dat ook het Hof van Justitie zal oordelen dat voldaan is aan de in artikel 9 van de Dienstenrichtlijn opgenomen voorwaarden voor een vergunningsplicht.

Native speakers

Native speakers

Cabinet international ayant plus de 10 ans d’expérience

Internationaal advocatenkantoor met meer dan 10 jaar ervaring

Structure solide et multidisciplinaire

Solide en multidisciplinaire organisatie

Plus de 300 clients internationaux chaque année

Meer dan 300 internationale cliënten per jaar