nederlands| english | français |español | italiano

Werken bij Bressers | Links

Advocaten Spanje. Advocaten Barcelona. Advocaten Alicante. Advocaten Bulgarije. Advocaten Nederland
Print Doorsturen naar een vriend
Home > Nieuws > Wetsvoorstel Boek 10 BW (IPR) ingediend bij de Tweede Kamer

NIEUWS

Terug

Wetsvoorstel Boek 10 BW (IPR) ingediend bij de Tweede Kamer

10 oktober 2009

Op 18 september 2009 is bij de Tweede Kamer ingediend het wetsvoorstel tot vaststelling en invoering van Boek 10 (Internationaal privaatrecht) BW. Dat is het resultaat van tientallen jaren vlijtige Haagse wetgevingsactiviteit die gaandeweg nog de nodige vertraging heeft opgelopen omdat sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam in 1999 ook IPR-kwesties via Verordeningen in EU verband kunnen worden geregeld. Boek 10 BW zal dan ook in feite slechts codificeren hetgeen niet reeds door de EU is geregeld.
Het IPR heeft op drie kwesties betrekking: 1e) het bepalen van het toepasselijke recht op internationale rechtsverhoudingen 2e) het bepalen van de rechtsmacht (internationale bevoegdheid) van de Nederlandse rechter en 3e) het geven van regels inzake de erkenning en tenuitvoerlegging van vreemde vonnissen in Nederland.
In Boek 10 BW zullen de volgende onderwerpen aan bod komen:
Personen en familierecht: de regels over de naam (art. 18-26), het huwelijk (art. 27-34), huwelijksbetrekkingen en huwelijksvermogensregime (art. 35-53), echtscheiding (art. 54-59), het geregistreerd partnerschap (art. 60-91), afstamming (art. 92-102) en adoptie (art. 103-112) en overige onderwerpen van familierecht (art. 113-116: kinderbescherming, kinderontvoering, alimentatie). Het erfrecht is opgenomen in art. 145-152.
De corporaties zijn geregeld in art. 117-124 BW, waarin de bepalingen van de Wet conflictenrecht corporaties zijn geconsolideerd.
Het goederenrecht is opgenomen in art. 126-141, het trustrecht in art. 142-145.
Voor vertegenwoordiging is in art. 10:125 BW een verwijzing opgenomen naar het Haagse Vertegenwoordigingsverdrag. Voor verbintenissen uit overeenkomst geldt met ingang van 17 december 2009 de Verordening Rome I. Net als het geval is ten aanzien van de Verordening Rome II (zie art. 10:159 BW), heeft de wetgever ervoor gekozen op onderwerpen die buiten het materiële toepassingsgebied van Rome I vallen en die als verbintenissen uit overeenkomst kunnen worden aangemerkt, de bepalingen van Rome I van overeenkomstige toepassing te verklaren (art. 10:154 BW).
Titel 15 van Boek 10 BW bevat ‘enkele bepalingen met betrekking tot het zeerecht, het binnenvaartrecht en het luchtrecht’ (art. 160-165). Art. 10:164 BW is nieuw en ziet op aanvaringen in volle zee.
In het nieuwe boek 10 BW zullen niet opgenomen worden alle kwesties die zijn geregeld in verdragen en EG-verordeningen. Verder zullen ook niet alle IPR-bepalingen die her en der in de huidige Nederlandse wet- en regelgeving verspreid staan, naar boek 10 worden overgebracht. De wetgever heeft gemeend dat het in sommige gevallen niet voor de hand ligt de betreffende bepalingen naar boek 10 te veplaatsen, bijvoorbeeld wanneer een bepaling is opgenomen ter uitvoering van een EU-richtlijn of wanneer zij op hun huidige plaats een logisch en samenhangend geheel vormen met hun context.
Nederland is niet het eerste land binnen de EU dat haar eigen IPR codificeert (Zwitserland, België en Italië gingen Nederland voor), maar ook zeker niet het laatste. Zo is het IPR in Spanje nog altijd een ondergeschoven kindje. Dit blijkt niet alleen uit het feit dat men het daar nog altijd doen met de stokoude en volstrekt ontoereikende IPR-bepalingen in de Código Civil, maar ook uit het feit dat talloze EU-richtlijnen nog altijd niet zijn omgezet in nationale wetgeving en vele inmiddels van kracht geworden EU-Verordeningen nog altijd wachten op hun invoeringswet.

-