nederlands| english | français |español | italiano

Werken bij Bressers | Links

Advocaten Spanje. Advocaten Barcelona. Advocaten Alicante. Advocaten Bulgarije. Advocaten Nederland
Print Doorsturen naar een vriend
Home > Nieuws > Vernieuwde Nederlandse successiewet per 1-1-2010

NIEUWS

Terug

Vernieuwde Nederlandse successiewet per 1-1-2010

24 december 2009

De nieuwe Successiewet die per 1 januari 2010 ingaat, zorgt ervoor dat de tarieven fors omlaag gaan, de vrijstellingen voor partners en kinderen groter worden en ook het erven van een onderneming fiscaal gunstiger wordt.
Een greep uit de verruimingen:
Hogere vrijstellingen en lagere tarieven:
- De vrijstelling van erfbelasting voor partners gaat omhoog naar 600.000 euro;
- De vrijstelling van erfbelasting voor kinderen gaat omhoog naar 19.000 euro;
- De tarieven voor partners en kinderen gaan omlaag naar 10 procent over de eerste 118.000 euro en 20 procent over het restant;
- De tarieven voor "derden" zoals neven en nichten gaan omlaag naar 30 procent over de eerste 118.000 euro en 40 procent over het restant;
- Het erven van een onderneming met een waarde tot 1 miljoen euro is voor 100 procent vrijgesteld. Voor ondernemingen die meer waard zijn, geldt voor het meerdere een vrijstelling van 83 procent.
De termen ‘successierecht’ en ‘schenkingsrecht’ vervallen en worden vervangen door ‘erfbelasting’ respectievelijk ‘schenkbelasting’.

Algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s)
De ANBI-regeling houdt in dat de giften aan ANBI’s aftrekbaar zijn in de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting. Daarnaast zijn de verkrijgingen door een ANBI of van een ANBI vrijgesteld van schenk- en erfbelasting. Deze fiscale voordelen gelden in 2009 en blijven in 2010 gelden voor ANBI’s.
Per 1 januari 2010 verandert de norm om als ANBI aangemerkt te worden.

Voortaan moet een instelling om als ANBI aangemerkt te worden voor ten minste 90% het algemeen nut beogen. Zodat onbedoeld gebruik wordt tegengegaan. Dit was tot 1 januari 2010 slechts 50%.

Daarnaast komt er een integriteitstoets. De belastinginspecteur kan de ANBI-beschikking weigeren of intrekken. Dit kan indien de ANBI zelf, een bestuurder of een feitelijk leidinggevende van een ANBI, dan wel een voor de ANBI gezichtsbepalend persoon in de afgelopen vier jaar door een Nederlandse strafrechter onherroepelijk is veroordeeld wegens aanzetten tot haat, aanzetten tot geweld of gebruik van geweld.

De tot 31 december 2009 afgegeven ANBI-beschikkingen vervallen van rechtswege per 1 februari 2010. Alle bestaande ANBI’s hebben een formulier ontvangen waarop ze kunnen aangeven of ze aan de voorwaarden voldoen om als ANBI nieuwe stijl aangemerkt te worden. Als een ANBI op het formulier aangeeft aan de nieuwe voorwaarden te voldoen en het formulier voor 6 januari 2010 heeft teruggestuurd, dan wordt haar ANBI-status na 1 februari 2010 voortgezet. In alle andere gevallen zal de ANBI-status vervallen.

Sociaal belang behartigende instellingen (SBBI’s)
De vrijstelling voor amateursportinstellingen en niet commerciële dorpshuizen in de Successiewet vervalt per 1 januari 2010. In plaats daarvan komt er een nieuwe vrijstelling voor SBBI’s. Een SBBI is een instelling (doorgaans een vereniging) waarbij het particuliere belang van instelling en leden wordt behartigd, waarmee het sociaal belang wordt gediend. Gedacht kan worden aan dorpshuizen, hobbyclubs, personeelsverenigingen, jeugdgroepen, buurtverenigingen en amateursportinstellingen. De vrijstelling voor SBBI’s houdt in dat die instellingen zijn vrijgesteld van schenk- en erfbelasting.

Afgezonderde particuliere vermogens (APV’s)
Een APV is een afgezonderd vermogen waarmee vooral een particulier belang wordt gediend. Hierbij kan gedacht worden aan trusts en buitenlandse stichtingen. Nederlandse belastingplichtigen kunnen betrokken zijn bij een APV, als oprichter of als begunstigde. Het vermogen in trusts en stichtingen wordt doorgaans niet aangegeven bij de Belastingdienst. De oprichter vindt dat het ingebrachte vermogen niet meer van hem is en de begunstigden geven niets aan omdat zij vinden dat zij nog niets hebben. Op deze manier zweeft het vermogen en wordt het nergens belast; ook niet bij de trust of de stichting zelf. Gevolg is dat er jaarlijks geen (inkomsten)belasting wordt geheven over het vermogen en bij overlijden van een betrokkene wordt geen erfbelasting geheven.

Vanaf 1 januari 2010 komt er een eenvoudig en helder systeem van fiscale transparantie. Dat wil zeggen dat door de APV’s heen wordt gekeken. Als een inbrenger bijvoorbeeld zijn spaargeld inbrengt in een APV dan blijft dit spaargeld belast in box 3 bij de inbrenger. De inbreng in het APV is niet belast met schenkbelasting. Overlijdt de inbrenger dan erven zijn erfgenamen het vermogen in het APV: zij geven dan ieder hun deel van het vermogen in het APV aan in box 3. jaarlijks is dus inkomstenbelasting verschuldigd. Schenkt een APV dan is dit belast met schenkbelasting. Overlijdt de inbrenger of diens erfgenaam dan wordt erfbelasting geheven. Analoog geldt hetzelfde voor een aanmerkelijk belang-pakket in box 2. Hoort een aanmerkelijk belang (5% of meer van de aandelen in een BV) tot het vermogen van het APV dan geeft de inbrenger dit aandelenpakket aan in box 2 en na zijn overlijden behoort het aandelenpakket tot het box 2 vermogen van zijn erfgenamen.

Er bestaan enkele uitzonderingen op de regeling. De belangrijkste is het geval dat het APV zelfstandig in de belastingheffing wordt betrokken naar een redelijk tarief van ten minste 10%. In die situatie wordt het vermogen niet toegerekend aan de inbrenger. Op 1 januari 2010 al bestaande APV’s vallen ook onder de nieuwe regeling. Gemaakte afspraken tussen de inspecteur en de betrokkenen worden gerespecteerd.

Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR)
De vrijstelling voor ondernemingsvermogen was 75%. Verkrijgingen van objectieve ondernemingen met een waarde tot € 1 miljoen zijn voortaan voor 100% vrijgesteld. Voor ondernemingen die meer waard zijn dan die € 1 miljoen geldt voor het meerdere verkregene de 83% vrijstelling. Voor de belasting die dan eventueel nog is verschuldigd (veelal tariefgroep I tegen een tarief van 10-20%) kan 10 jaar uitstel van betaling worden verkregen.

Afschaffen recht van overgang
Het recht van overgang wordt afgeschaft. In bijzondere gevallen kon tot 1 januari 2010 ook successierecht worden geheven als de overledene op het moment van overlijden buiten Nederland woont. Dit is bijvoorbeeld het geval als hij onroerende zaken in Nederland naliet. Over de waarde daarvan werd dan het zogenoemde recht van overgang geheven bij de verkrijger, ongeacht waar deze woont. Dit is een belasting die te vergelijken is met het erfbelasting.

Ficties
Ficties beogen situaties in de belastingheffing te betrekken die juridisch geen, maar economisch wel een verkrijging zijn. De bestaande bepalingen worden naar de huidige stand van zaken aangepast. Een aantal uitspraken van de Hoge Raad wordt gerepareerd: de overdracht tegen juist lonende exploitatiewaarde (van boerenbedrijf) wordt aangemerkt als een schenking en een verzekeringsuitkering wordt belast als de verzekeraar een familielid is. Artikel 10 van de Successiewet beoogt uitholling van de nalatenschap tegen te gaan (dat is nu ook al het geval) en betrekt vanaf 1 januari 2010 onder meer bepaalde ik-opa-testamenten en turbotestamenten in de heffing.

In andere fictiebepalingen wordt expliciet bepaald dat een verkoop met uitgestelde levering en het sluiten van een levensverzekering bij een familielid onder omstandigheden een erfrechtelijke verkrijging vormen. Daarnaast wordt de zogenoemde ‘herroepelijke schenking’ voortaan minder constructiegevoelig gemaakt door het terug te krijgen schenkingsbelasting (vanwege de herroeping) voortaan te verminderen met het tussentijds genoten rendement.

Kortom: het wordt moeilijker om via constructies belastingheffing te ontwijken c.q. de nalatenschap uit te hollen.

Bron: Ministerie van Financiën.

-