Hof Alicante beslecht competentiegeschil Insolventieverordening De in 2002 in werking getreden EU-Insolventieverordening (Verordening (EG) Nr. 1346/2000 van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures) geeft de curator onder andere het recht om zich goederen van de failliet toe te eigenen die zich in een andere lidstaat bevinden. Omdat voor een dergelijke ingreep erkenning van een buitenlandse faillissementbeschikking noodzakelijk is, zal te allen tijde de rechter van de lidstaat waar het goed zich bevindt moeten worden aangezocht. Het gaat dan niet om een inhoudelijke toets maar slechts om het omzetten van de buitenlandse uitspraak in een executoriale titel naar lokaal model. In een door Mr Bressers gevoerde executieprocedure in een Nederlands failissement heeft onlangs het Gerechtshof Alicante zich uitgesproken over de vraag welke rechter in Spanje absolute bevoegdheid heeft om van zo´n tenuitvoerlegging kennis te nemen. Het Hof moest eraan te pas komen omdat zowel de reguliere rechtbank van eerste aanleg te Benidorm als de handelsrechtbank te Alicante zich onbevoegd hadden verklaard. In verband met de grote werkdruk op de Spaanse rechtbanken grijpen Spaanse rechters de geringste twijfel over hun competentie aan om de zaak naar een collega te verwijzen. Toegegeven moet worden dat in deze zaak inderdaad sprake was van een schijnbare tegenstrijdigheid tussen enerzijds de bevoegdheidsregels van het Spaanse Rv. en anderzijds die van Verordening 44/2001, waar de Insolventieverordening naar verwijst. Bij arrest van 10 juni 2009 heeft het provinciale Gerechtshof te Alicante helderheid gebracht in deze materie: de reguliere rechtbank van eerste aanleg (Juzgado de Primera Instancia) is de bevoegde rechter. |