Op 16 juli 2009 heeft het Hof van Justitie bepaald dat de situatie waarin een Belgische aandeelhouder van een Frans bedrijf op de door dat bedrijf uitgekeerde dividenden zowel in Frankrijk als in België belasting moet afdragen, zonder mogelijkheid tot verrekening, niet in strijd is met het Europees recht, in het bijzonder artikel 56 EG.
Het Hof wijst er op dat het weliswaar zo is dat de afschaffing van dubbele belasting binnen de Europese Gemeenschap behoort tot de doelstellingen van het Verdrag, maar dat afgezien van het Verdrag van 23 juli 1990 tot afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen (PB L 225, blz. 10), de lidstaten tot dusver ter uitvoering van artikel 293 EG geen multilaterale overeenkomst daartoe hebben gesloten (zie arrest van 12 mei 1998, Gilly, C 336/96, Jurispr. blz. I 2793, punt 23).
Curieus in deze zaak was het feit dat de Belastingovereenkomst tussen Frankrijk en België nota bene voorziet in verrekening van belasting die reeds betaald is over het dividend in het land waar de bron is gelegen. België past die bepaling echter in de praktijk niet toe aangezien de Belgische regelgeving geen voorschriften meer bevat voor de verrekening van het forfaitaire gedeelte. Het Hof van Justitie kan daar blijkens het arrest niets aan veranderen aangezien het niet aan haar is om bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten uit te leggen en de daaruit voortvloeiende verplichtingen vast te stellen, aangezien deze uitlegging tot de bevoegdheid van de nationale rechterlijke instanties behoort. In ieder geval is het volgens het Hof niet zo dat er voor de lidstaten in zo´n situatie een onvoorwaardelijke verplichting bestaat tot voorkoming van de uit een dergelijke situatie voortvloeiende dubbele belasting.
Met andere woorden: dividenden die door een in een lidstaat gevestigde onderneming aan een in een andere lidstaat wonende aandeelhouder worden uitgekeerd, kunnen aan een juridische dubbele belasting worden onderworpen wanneer beide lidstaten hun belastingbevoegdheid wensen uit te oefenen en deze dividenden wensen te belasten bij de aandeelhouder.
Belgische aandeelhouders van Franse ondernemingen hadden sinds 2006 hun hoop gevestigd op Europese Commissie, toen deze het Koninkrijk België in gebreke stelde wegens deze dubbele belastingheffing. Uit het Damseaux arrest blijkt nu dat de Commissie België waarschijnlijk niet kan dwingen de heffing achterwege te laten. |